Afgelopen weekend werd de Tour de France afgetrapt met onder meer de ploegentijdrit, waarbij TU Delft in de voorbereiding een dienende rol heeft gespeeld voor Team Sunweb. Met het meetsysteem ‘Ring of Fire’ is de luchtweerstand van een rijtje renners bepaald om daarmee de houding en strategie voor de ploegentijdrit te verbeteren. Daarnaast hebben TU Delft en KPMG gekeken hoe data verzameld kunnen worden tijdens een training en hoe die data direct inzichtelijk bij de trainers en renners zijn te krijgen.

Redactie 08 juli 2019, 15:00

Ring of Fire
TU Delft
en Team Sunweb werken al enkele jaren samen om sportprestaties door wetenschappelijk onderzoek te verbeteren. “Het optimaliseren van de ploegentijdrit is een stuk complexer dan bij de individuele tijdrit omdat de prestatie afhangt van meerdere renners”, zegt Teun van Erp, embedded scientist van Team Sunweb. Een van de componenten in de puzzel is de precieze luchtweerstand van renners die achter elkaar rijden. Deze luchtweerstand heeft invloed op het bepalen van de volgorde van de renners in de ploegentijdrit en om dit zo goed mogelijk te bepalen, is aan de TU Delft, met steun van NWO, een uniek meetsysteem ontwikkeld: de Ring of Fire.

Zeepbellen
Universitair Docent dr. Andrea Sciacchitano van de universiteit legt uit: “De Ring of Fire bestaat uit een tunnel met daarin kleine zeepbellen van helium. Deze zeepbellen breken niet gemakkelijk en blijven ondanks de zwaartekracht op hun plek in de lucht zweven. Door deze bellen te belichten met een laser en met high speed camera’s heel snel foto’s te maken, brengen we de exacte luchtstroom om de rijdende renners in beeld. Dit in tegenstelling tot een normale windtunnel waarbij de fietsers stil staan.” Van Erp: “We hebben metingen gedaan waar we een aantal renners achter elkaar in de ploegentijdrit-houding door de tunnel laten fietsen. Met de informatie kunnen we de houding van de renners verbeteren, kijken naar de helmen van de renners en de optimale volgorde van de renners in de formatie bepalen.”

Real time data
Daarnaast hebben TU Delft en KPMG gekeken naar het verzamelen van data van de renners tijdens de ploegentijdrit. Er zitten sensoren op de fietsen en op de renners die drie zaken meten: hartslag, snelheid en het vermogen dat op de pedalen wordt overgebracht. “De data van deze sensoren wordt nu direct inzichtelijk gemaakt op een dashboard in de auto van de ploegleider”, zegt Paul Adriani van KPMG Digital Advisory. Adriani: “Door de real time data te integreren in een model dat zo goed mogelijk een ploegentijdrit simuleert, kan de ploegleider de strategie bepalen en beslissen wie er, hoe lang, op kop moet rijden.” Op dit moment is het niet toegestaan om deze data live te gebruiken in de wedstrijd zelf. In trainingen kan de renners worden aangeleerd om de strategie tot in detail goed uit te voeren.

Energie volledig gebruiken
Het plan voor een optimale ploegentijdrit is in essentie heel simpel.. Dat plan is beter uit te voeren met real time data. Het gaat onder meer om het optimaliseren van de aflossingen. Daar kun je met wiskundige modellering de ideale strategie voor ontwikkelen. Daarnaast is het ook belangrijk om bij te houden hoe lang een renner precies op kop rijdt, want dat is sterk bepalend voor hoe snel zijn figuurlijke batterij leegloopt. Het model berekent die tijden op kop op basis van onder meer de gegevens over snelheid en wattage. Van Erp: “Hopelijk worden onze voorbereidingen beloond en kunnen we een mooi resultaat neerzetten tijdens de ploegentijdrit in Brussel.”

Bovenstaand projecten worden ook belicht in de ploegentijdrit video van Team Sunweb en in de documentaire De machinekamer van Tom Dumoulin.