Menu
Overzicht

Het meten van motorische vaardigheden van kinderen: ‘Het gaat erom wat je ermee doet’

In de Week van de Motoriek staan we stil bij het belang van een goede motorische ontwikkeling. Want kinderen met goed ontwikkelde motorische vaardigheden zijn fitter, hebben minder kans op overgewicht, chronische aandoeningen, sporten meer én ervaren meer plezier aan sporten en bewegen. Bovendien bouwen ze aan een gezonde motorische basis voor later. Wil jij op school of in je gemeente aan de slag met het meten en verbeteren van motorische vaardigheden bij kinderen? Het Mulier Instituut maakte een handreiking om hierbij te helpen.

Redactie 08 november 2022, 14:28

Eerder publiceerden wij een artikel over de MQ-scan: een manier om de motorische vaardigheid van kinderen in kaart te brengen. De MQ-scan is niet het enige meetinstrument met dit doel. In december 2020 bracht de sociaalwetenschappelijke sportonderzoeksinstelling Mulier Instituut een rapport uit genaamd Meetinstrumenten voor motorische vaardigheden bij 4- tot 12-jarigen: inzet van motorische testen om kinderen in Nederland beter te laten bewegen’. Het rapport biedt aldus een breder beeld van de meetinstrumenten die er op dit gebied zijn. De handreiking voor scholen en die voor gemeenten helpen professionals om een passend meetinstrument te kiezen.

Maxine de Jonge, een van de nauw betrokken onderzoekers, vertelt meer over wat het onderzoek heeft opgeleverd.

De Jonge: ‘Drie jaar geleden zijn wij door het ministerie van VWS gevraagd om een aantal zaken te onderzoeken als het gaat om het meten van motorische vaardigheden bij kinderen met de basisschoolleeftijd. Het ging om zaken als de kwaliteit van de huidige meetinstrumenten, of er één de beste is en waar er verbeterpunten liggen.’

In het opvolgende jaar gingen de onderzoekers met de vragen aan de slag. De Jonge: ‘We keken eerst wat er aan meetinstrumenten was. Vervolgens bekeken we aan de hand van literatuuronderzoek of deze valide en betrouwbaar waren. Hierna betrokken we een panel van experts. Zij brachten in wat voor de praktijk belangrijke elementen zijn die een meetinstrument moeten bevatten.’

Niet te vergelijken
Op basis van de uitkomsten schreven De Jonge en haar collega’s het rapport. ‘Een van onze bevindingen was dat de meetinstrumenten veel gebruikt worden door zowel docenten lichamelijke opvoeding als gemeenten. Alleen de definities die de instrumenten hanteren, verschillen. Ze meten daarmee in feite ieder iets anders en de uitkomsten zijn daardoor moeilijk met elkaar te vergelijken.’

Mede hierom merkten de onderzoekers op dat er niet een ultiem meetinstrument dat in alle gevallen de beste keuze is. De Jonge: ‘Soms is het voldoende om te volgen hoe een kind zich ontwikkelt. Het leerlingvolgsysteem Volg Mij is daar een voorbeeld van. Het geeft docenten een houvast om hun lessen zo optimaal mogelijk in te richten. 'Maar stel dat je de kinderen eruit wil halen die wat zwakker zijn in bewegen en eventueel extra ondersteuning nodig hebben, dan is het handig om een screeningstest zoals de 4 S-en-test te gebruiken.’

Niet een is de beste

Het onderzoek leverde niet alleen op de tools zelf gerichte resultaten op. ‘Er kwam ook niet uit dat een meetinstrument echt niet deugde’, aldus De Jonge. ‘Sommige waren verouderd en daarom niet meer bruikbaar, maar verder had ieder instrument goede aanknopingspunten. Een belangrijkere bevinding was dat het inzetten van een meetinstrument tijdrovend is, zowel voor het kind als degene die deze gebruikt. Dat geldt zeker als het nog niet helemaal digitaal verloopt. Pas als je écht iets doet met de uitkomsten heeft het zin om een test af te nemen.’

Een andere conclusie is gericht op het implementeren van de resultaten. De Jonge: ‘Als kinderen, ouders of zelfs leerkrachten en beleidsmaker niet snappen wat er met de uitkomsten van de meting bedoeld wordt, is het inzetten ervan ook zinloos. Bovendien merkten we dat meetinstrumenten vooral ingezet worden om leraren houvast te geven voor de les bewegingsonderwijs. Dit is goed, maar er kan ook breder gekeken worden naar bijvoorbeeld de sportverenigingen. Daar liggen ook veel kansen om de motorische vaardigheden te verbeteren.’ Bijvoorbeeld door het breder inzetten van de door Sportinnovatior gesteunde Sportfolio App.

Hoewel het onderzoek inmiddels twee jaar geleden is afgerond, blijft het thema actueel. De Jonge draagt haar belangrijkste boodschap dan ook nog graag uit. ‘Het is goed om de meetinstrumenten te gebruiken en het rapport geeft een overzicht van alle beschikbare instrumenten. Maar dat is slechts een eerste stap. Belangrijker is wat je met de resultaten doet. Anders is het alleen maar belastend voor het kind en degene die de test afneemt.’

Meer informatie

Klik hier om ‘Meten van motorische vaardigheden bij 4- tot 12-jarigen’ te downloaden.
Handreikingen ter ondersteuning van scholen en gemeenten in de selectie van een meetinstrument:

Lees de handreiking voor gemeenten hier.
Lees de handreiking voor scholen hier.

Gerelateerd nieuws