Doorgaan naar content Doorgaan naar navigatie

Sportinnovator

Hét sportinnovatienetwerk van Nederland

Achter de innovatie

Data verbinden, prestaties verbeteren: para-topsport op weg naar LA 2028

Rolstoelbasketbal Prestatiecall 1

In het profvoetbal en de Formule 1 is het raadplegen van data allang de norm. Coaches zien via live dashboards hoe hun spelers en coureurs er fysiek voor staan. Bij para-sporten als rolstoelbasketbal en rolstoeltennis was dat lange tijd anders. Niet omdat de ambitie ontbrak, maar omdat de technologie achterbleef. En omdat de vele data die al werd verzameld, nooit met elkaar werd verbonden. Via de Prestatiecall van Sportinnovator, NOC*NSF, TeamNL en sportbonden verandert dat nu. Twee winnaars van deze call combineren sensortechnologie met data-analyse om coaches en atleten te ondersteunen richting de Paralympische Spelen van Los Angeles in 2028.

Smart coaching with data: de batterij van de basketballer

Rienk van der Slikke werkt al jaren aan de meetkant van rolstoelsport. Zijn startpunt was rolstoelbasketbal, waarvoor hij de meetmethode Wheelchair Mobility Performance Monitor ontwikkelde. Hij bracht in kaart hoe snel een sportrolstoel rijdt, hoe vaak hij draait en hoeveel afstand een atleet per wedstrijd aflegt. Met sensoren op de stoel zelf, overal mee naartoe te nemen. Handig, want vaste systemen zoals die op Papendal zijn er vaak niet op locatie. Toen zijn methode bleek te werken, breidde Van der Slikke uit naar de hele Paralympische rolstoelsport: rolstoeltennis, rolstoelrugby, rolstoelracen.

Na zijn promotie bleef hij onderzoek doen in die richting aan De Haagse Hogeschool, en ging hij één dag per week aan de slag als embedded scientist bij NOC*NSF, om rolstoelsporten vanuit de wetenschap te blijven ondersteunen. Maar bewegingsdata alleen vertelt nog niet het hele verhaal. Juist daar lag een concrete vraag vanuit de sport. 

Waarom daalt het schotpercentage aan het einde?

Het gouden dames rolstoelbasketbalteam is wereldtop en creëert volop kansen tijdens wedstrijden, maar er is een hardnekkig patroon: aan het einde van wedstrijden daalt het schotpercentage. Voor coaches, analisten en spelers blijft onduidelijk welke factoren dat veroorzaken. De basketbalbond zocht een technologische oplossing die patroonherkenning uitvoert over bestaande databronnen. De Prestatiecall haalde die vraag op en Van der Slikke ging op zoek naar het antwoord.

“We weten al lang hoeveel kilometer een speler rijdt”, zegt Van der Slikke, “maar dat hebben we eigenlijk nooit echt gekoppeld aan hoe het wedstrijdverloop is. Hoe goed een speler daarna nog kan schieten, bijvoorbeeld. Dat zijn belangrijke vragen die binnen de sport leven.” 

Het team verzamelt al veel data: van wellnessscores en hartslag tot positiedata en wedstrijdstatistieken. Maar die bronnen staan grotendeels los van elkaar. Dus werkt hij nauw samen met atleten en coaches om dat inzicht te verbeteren. Zijn nieuwe project FAST, wat staat voor Fatigue, Analytics, Shooting & Tactics, brengt ze samen: door patronen te identificeren in de relatie tussen teamopstellingen, classificatiepunten en schotpercentages, kunnen coaches objectief onderbouwde tactische keuzes maken.

Fotograaf bij basketbalfoto's: http://guusschoonewille.nl/

Vermoeidheid in beeld

Het systeem koppelt rijdata aan speldata: welke schoten worden genomen, wanneer, en met welk resultaat? De hypothese: als een speler vermoeid raakt, verandert zijn rijpatroon en daalt zijn schotpercentage. Van der Slikke vergelijkt het met een batterijstatus. “Je ziet als coach live hoe vol de batterij van een atleet nog is. En als iemand vermoeid raakt, kun je verwachten dat zijn schoten minder succesvol worden.”

‘Ik doe al jaren onderzoek, maar dit geeft me de kans om iets te bouwen wat de sport hier en nu echt iets oplevert’
Rienk van der Slikke

Tijdens een recent clubtoernooi doken al opvallende patronen op: sommige spelers schoten aan het einde van een wedstrijd juist beter, door de urgentie van de eindstand. Anderen liepen leeg. Het systeem kan ook laten zien of een speler na een wissel daadwerkelijk fris terugkomt in het spel, of juist niet. “Dat wist een coach misschien al intuïtief. Maar nu kunnen we het objectief aantonen. En naarmate we meer wedstrijden meten, wordt het model steeds nauwkeuriger.”

Het dashboard wordt live bruikbaar, ook tijdens toernooien in het buitenland. Voor de data-analysekant werkt Van der Slikke samen met TU Delft en het UMCG, dat als Sportinnovator-centrum SSIG bij het project betrokken is. De Prestatiecall was de beslissende stap. “Ik doe al jaren onderzoek, maar dit geeft me de kans om iets te bouwen wat de sport hier en nu echt iets oplevert. En dat rolstoelsporters nu dezelfde datagedreven aandacht krijgen als voetballers of formule 1-coureurs — dat vind ik het allerleukste eraan.”
 

Ace of Pace: de perfecte afstelling voor elke rolstoeltennisser

Waar Van der Slikke zich richt op de speler, richt Jakob Söhl zich op de stoel zelf. De statisticus van TU Delft zag in de Prestatiecall vorig jaar zijn kans. "We keken welke projecten uit de Prestatiecall het meest datagedreven waren. Waar je het meeste kunt doen met statistiek. En daar was het rolstoeltennis met de instelbare rolstoel heel geschikt voor.” Met het project Ace of Pace onderzoekt hij hoe de instellingen van een sportrolstoel optimaal afgestemd kunnen worden op de individuele rolstoeltennisser. Het project is een samenwerking van TU Delft De Haagse Hogeschool, UMC Groningen en de KNLTB.

De uitdaging zit in het vinden van de balans: hoger of lager zitten kan een wisselende impact hebben op de kwaliteit van slagen en op de wendbaarheid. Die balans optimaliseren was tot nu toe een kwestie van trial and error. Spelers probeerden op gevoel welke instelling het beste werkte. “Maar dat gevoel is subjectief”, zegt Söhl. “Wij willen objectief kunnen aantonen wat een instelling doet, en hoe véél het uitmaakt. Stoelen worden op maat gemaakt en zijn bijna niet meer aan te passen. Eenmaal besteld moet een speler het er weer jaren mee doen.”

Foto: Maarten Ter Hofte/Paralympische Spelen Parijs 2024 (bron KNLTB)

Van Ace tot Pace: slagen én bewegen onder de loep

De katalysator voor het project is de TeamNL Testrolstoel, in maart 2026 opgeleverd door NOC*NSF en De Haagse Hogeschool. Een speciaal ontwikkelde rolstoel die op veel punten instelbaar is: zithoogte, zitdiepte, zithouding, balanspunt. Met de Paralympische Spelen van 2028 in het vizier zoekt TeamNL een technologische oplossing die data over rolstoelbeweging en slagkwaliteit combineert. Om zo per speler de perfecte afstemming te vinden tussen speelstijl en rolstoelinstellingen. Söhl en zijn promovendus Koen van Arem doen systematische analyses met de stoel, met verschillende configuraties getest door de KNLTB. Ze meten prestaties op twee assen, namelijk Ace (slagkwaliteit) en Pace (wendbaarheid) - vandaar de projectnaam. Vervolgens verwerken ze die data met statistiek en machine learning om per atleet de optimale instelling te berekenen.

Niet alleen op het gevoel van een atleet gebaseerd, maar ook op data en experimenten. Zodat je echt kunt aantonen dat het verbetert, en hoeveel.
Jakob Söhl

Atleten merken zelf al hoe groot de verschillen kunnen zijn. Ze zijn enthousiast en willen graag zelf weten wat de beste instelling voor hen is. Söhl wil dat gevoel omzetten in een aantoonbaar voordeel: “We willen op basis van data aantonen dat een bepaalde instelling het spel verbetert en hoeveel.” De uitkomsten komen uiteindelijk in een dashboard dat coaches, begeleiders en atleten kunnen raadplegen.

Aan het project werken drie Sportinnovator-centra mee: het Sports Engineering Institute van TU Delft, Sportinnovator-centrum SSIG van het UMCG in Groningen, en het Sportinnovator-centrum van de KNLTB. “Je krijgt input van een bondscoach en moet dat vertalen naar wat het betekent voor je model. Samenwerken met mensen met zulke verschillende achtergronden maakt dit project bijzonder.”

Richting Los Angeles

Beide projecten worden mogelijk gemaakt door de Prestatiecall, gericht op innovaties die topsporters klaarstomen voor de Spelen van 2028. Ze delen niet alleen hun focus op data en dashboards, maar ook een overtuiging: para-sporters verdienen dezelfde technologische ondersteuning als atleten in de grote sporten.  Ook de sterke samenwerking met de sportbonden loopt als rode draad door beide trajecten. Ze sturen mee bij het bepalen van de focus én zijn in beide gevallen intensief betrokken bij de uitvoering. Beide innovaties delen dezelfde aanpak: niet meer meten, maar slimmer combineren. Juist die integratie van verschillende databronnen geeft coaches en atleten het inzicht om te presteren als het erop aankomt. De kennis is er. De wil is er. En nu is er ook de financiering om het waar te maken.

Fotograaf bij basketbalfoto's: http://guusschoonewille.nl/

Deel deze pagina