
Kunstgrasvelden staan al jaren in een slecht daglicht. Gemaakt van grote hoeveelheden kunststof, moeilijk recyclebaar, risico op microplasticvervuiling; de kritiek is bekend. Toch zijn ze onmisbaar: zonder kunstgras kunnen steden als Amsterdam en Haarlem simpelweg niet genoeg sportaanbod bieden aan hun inwoners. Kunstgras wegdenken is dus geen optie. Maar hoe zorg je er dan voor dat het zoveel mogelijk bijdraagt aan de stad, in plaats van dat het ten koste van haar gaat?
Foto: Prototypeveldjes in aanbouw van Consortium EnergieVeld bij Sportpark Ookmeer in Amsterdam
Dat is precies de vraag die de gemeenten Amsterdam en Haarlem met het Europese LIFE-programma Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden willen beantwoorden. Veld voor veld. Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden draait niet alleen om duurzamere velden. Het draait om een fundamenteel andere manier van inkopen ervan. In plaats van te kijken naar de laagste prijs, kozen Amsterdam en Haarlem voor een innovatiepartnerschap: een Europese aanbesteding waarbij de markt wordt uitgedaagd om zelf met vernieuwende oplossingen te komen.
“Normaal bedenkt de markt een innovatie en probeert die te verkopen aan gemeenten”, vertelt Nina van Kranendonk, programmamanager van de Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden bij de gemeente Amsterdam. “Wij draaien het om en zeggen aan de markt: dit is het probleem op een bepaalde locatie. Kom maar met een duurzame oplossing op het gebied van energie, klimaatadaptatie of circulariteit.”
Die vraaggestuurde aanpak vroeg om een andere contractvorm. Niet een eenmalige opdracht, maar een langdurige samenwerking van tien tot twaalf jaar met drie consortia: samenwerkingsverbanden van bedrijven die elk vanuit hun eigen specialisme bijdragen aan duurzamere velden. Deze consortia nemen gezamenlijk alle kunstgrasvelden van Amsterdam en Haarlem (voetbal, hockey, korfbal) onder hun hoede. De consortia zijn Antea Sport, Energieveld onder leiding van Finovi en GOO4iT met Van Kessel Sport en Cultuurtechniek. Elk consortium bestaat uit een hoofdaannemer met daarachter gespecialiseerde bedrijven: van energieopwekkende systemen tot buizen- en pompconstructies en van batterijtechnologie tot watermanagement en circulair materiaalgebruik.
Wouter Stuive werkt voor gemeente Amsterdam Sport & Bos, en is Technisch Manager voor het Programma Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden. Hij benadrukt wat het innovatiepartnerschap in de praktijk verandert: “De aannemers in de consortia gaan mee naar de vereniging en inventariseren samen met ons het veld. Samen met ons wordt er een ontwerp en contract, bijvoorbeeld een bestek, opgesteld, zodat de kennis en kunde van de aannemer meteen wordt meegenomen. We werken met een open begroting en open boek om zoveel mogelijk transparant en voorspelbaar te zijn over prijzen en begroting vooraf en achteraf om ervan te leren. Als dingen goed gaan of juist niet, bespreken we dat uiteraard met elkaar om het bij het volgende project beter en slimmer te doen. Dat alles geeft een veel plezierigere samenwerking.”
Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden werkt met een onderzoeks- en ontwikkeltraject: nieuwe innovaties worden eerst getest op kleine prototypeveldjes, een jaar lang gemeten en gemonitord in samenwerking met TNO. De beste oplossing wordt per consortium vervolgens doorontwikkeld naar een volwaardig pilotveld, opnieuw een jaar lang gemeten, en pas daarna grootschalig ingekocht.
Parallel aan dit ontwikkeltraject worden reguliere vervangingen van kunstgrasvelden uitgevoerd, maar dan met innovaties die al bewezen zijn. Want jaarlijks vervangen Amsterdam en Haarlem tientallen velden. Dit jaar staan er zo'n twintig op het programma, volgend jaar bijna dertig. Afhankelijk van het project en de locatie passen we al bewezen innovaties toe.
De consortia ontwikkelen oplossingen op verschillende vlakken: circulaire materialen, klimaatadaptatie zoals minder hittestress, slim omgaan met regen(water), energieopwekking én slim en emissieloos bouwen. Dat laatste betekent concreet: bijvoorbeeld dunner bouwen door een andere opbouw van het veld. Zorgt voor minder ontgraven en minder vrachtwagenbewegingen. “Soms scheelt het al enorm in de kosten als je 25 centimeter ontgraaft in plaats van een halve meter”, zegt Stuive. En hergebruik gaat verder dan de kunstgrasmat alleen. “We kijken naar alles op en rondom het veld: verhardingen, hekwerken, verlichting. Soms haal je een fundering weg die je bij een volgend project weer kunt gebruiken. Die koppelingen kun je maken omdat je het als programma aanpakt en niet meer project voor project.”
Op 10 en 17 juni organiseert Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden demodagen voor andere gemeenten. De prototypeveldjes op Sportpark Ookmeer in Amsterdam (west) en bij Van der Aart Sportpark in Haarlem worden dan officieel geopend. En dat is niet het eindpunt, maar juist het startpunt. “Het onderzoeks- en ontwikkeltraject begint nu pas", benadrukt Van Kranendonk. “We gaan een jaar lang meten en monitoren. Levert het op wat we ervan verwachten? Daarna kunnen we pas opschalen.”
De ambitie daarna is groot. Een deel van Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden wordt gesubsidieerd door LIFE GREEN PITCHES. Die richten zich op replicatie op minimaal 25 locaties in de EU binnen vijf jaar. De verwachte impact vanuit de EU: 13.070 ton minder niet-herbruikbare bouwmaterialen, een vermindering van 11.592 kg microplastics in het milieu, 24.000 m² veld minder kwetsbaar voor klimaateffecten en maar liefst 5.040.000 kWh per jaar extra capaciteit voor hernieuwbare energie.
Die cijfers spreken ook buiten Nederland aan. Helsinki, Stockholm en Barcelona bellen regelmatig voor kennisuitwisseling. “Iedereen in Europa heeft dit probleem met kunstgras”, zegt Stuive. “Het is plastic en moeilijk te verantwoorden. Als je dan kan vertellen dat je die ruimte van een sportveld ook gebruikt om warmte op te wekken of water op te slaan voor droge periodes, heb je een veel beter verhaal.”

Foto: Prototypeveldjes in aanbouw van Consortium EnergieVeld bij Sportpark Ookmeer in Amsterdam
Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden werkt ook nauw samen met sportkoepels en kennisorganisaties als VSG, de sportbonden en NOC*NSF om de geleerde lessen breed te delen. Zowel over de inkoopmethodiek als de innovaties zelf. Andere gemeenten kunnen straks niet alleen de technische oplossingen overnemen, maar ook de aanpak. Daarnaast blijft de locatie van de prototypeveldjes op Sportpark Ookmeer ook na de prototypefase beschikbaar als living lab — voor innovators die hun oplossingen willen testen en doorontwikkelen. “Het onderzoeks- en ontwikkeltraject is echt pionieren”, zegt Van Kranendonk. “We staan open voor partijen die iets gaafs hebben om mee te experimenteren.”
Het doel voor de nabije toekomst? “We willen de markt in beweging brengen”, zegt Van Kranendonk. “Dat toekomstbestendige kunstgrasvelden over een paar jaar gewoon de standaard zijn. Dat het normaal is om ergens een kunstgrasveld te bouwen waar je water in opslaat of energie uit haalt voor een zwembad of woningen. Dat de samenwerking steeds slimmer en effectiever wordt waardoor je meer impact maakt met minder middelen, en we daarbij toch een beetje de wereld veranderen.” Stuive beaamt dit: “Nu voelt dat nog als missiewerk. Maar dat is waar we uiteindelijk naartoe willen.”
Het Europese LIFE GREEN PITCHES-project (2022–2027) is onderdeel van programma Scale Up Toekomstbestendige kunstgrasvelden gecoördineerd door gemeente Amsterdam samen met gemeente Haarlem, SRO en PIANOo.
Dit artikel is onderdeel van een reeks ter ere van het WK Voetbal, waarin we artikelen over innovaties in en rondom de voetbalsport plaatsen: van topsport en breedtesport tot verduurzaming en maatschappelijke impact via voetbal.
