Re-match op zoek naar ‘laatste component voor circulair recycling kunstgras’

De laatste ontbrekende component naar circulaire recycling van kunstgras, zo noemt het Deense bedrijf Re-match de uitdaging die ze aangaan met de SBIR ‘Milieuvriendelijkere kunstgrasvelden’. De uiteindelijke doelstelling is om verouderde kunstgrasvelden in zijn geheel te gebruiken voor toepassing in nieuwe velden, waarbij Re-match de duurzame toeleverancier wil zijn voor kunstgrasleveranciers.

Redactie 09 augustus 2019, 10:00

Dennis Andersen, de oprichter van het Deense bedrijf, was voorheen lang werkzaam in de Amerikaanse kunstgraswereld. Hij zag de problematiek rond kunstgrasvelden groeien en besloot zich met zijn nieuwe onderneming Re-match bezig te houden met een zo optimaal mogelijk recycleproces van kunstgras. Produceren doen ze zelf dus niet, het bedrijf poogt oud kunstgras zo goed mogelijk te de-assembleren voor de productie van nieuw kunstgras. Het uiteindelijke doel: honderd procent circulaire recycling van kunstgras en de componenten, maar volgens Wiebe van Terwisga van Re-match is één van de vier componenten niet optimaal. De SBIR dient een mogelijkheid aan om een stap te zetten richting het einddoel van Re-match: honderd procent circulariteit.

Van Terwisga legt eerst de vier componenten binnen het bedrijf uit: “De eerste twee onderdelen zijn het zand of het rubber op de velden. We kloppen dat eerst uit de mat en scheiden alles veld voor veld netjes met barcodes, zodat dit later terug kan naar het juiste veld. Daarna zuiveren we alles, zodat dit volgens de normen geschikt is om weer op de velden te strooien. Gezuiverd zand heeft meer waarde dan vervuild, grof of fijn zand voor een sportveld. Hetzelfde geldt voor rubber.”

“Daarnaast heb je de vezels die gebruikt worden om het kunstgras te maken. Het is niet een kwestie van het kunstgras omsmelten en meteen een nieuwe grasmat produceren, daar zit ook een heel proces in”, vervolgt Van Terwisga. In samenwerking met het Duitse instituut Fraunhofer slaagde Re-match er in om de kunsgrasvezels duurzaam te hergebruiken. “Inmiddels zijn wij in staat om kunstgrasvezels terug te brengen naar zuivere polyetheen of kunststof, al is het voorlopig nog op pilotniveau”, voegt hij toe.

Samenwerking met TNO

De uitverkiezing voor de SBIR stamt van het laatste component waar het Deense bedrijf zich mee bezighoudt: de backing, oftewel een slijtvaste laag onder het kunstgras. Van Terwisga: “In veel gevallen is het gemaakt van latex, een stof dat op een gegeven moment verkleeft met de mat. Daardoor is het nu nog moeilijk om te scheiden.” De huidige oplossing is hergebruik van de stoffen voor bijvoorbeeld bankjes of verkeersborden, maar de backing blijft een probleem. De huidige oplossing is nog niet optimaal, aldus Van Terwisga.

Uiteindelijk was een gesprek op het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanleiding om mee te doen aan de SBIR. “Daar spraken we over de challenge, waarbij TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek, red.) aangaf het betreffende probleem ook te erkennen. Zij hebben diverse onderzoeken hierover gedaan en werken met een vergelijkbare technologie als toen we samenwerkten met Fraunhofer. Uiteindelijk kan deze oplossing het laatste ontbrekende component zijn voor honderd procent circulaire recycling van kunstgras.”

Lees hier de verhalen van de andere gekozen innovaties voor de SBIR 'Milieuvriendelijkere sportvelden':

- Ramm wil onkruid op sportvelden met elektriciteit bestrijden

- Bayer gaat met biologie de strijd aan tegen larvenschade op sportveld

- SBIR maakt weg vrij voor mechanische upgrade Grootgroener